Vergelijking warmwaterinstallaties tegen Gloeosporiumrot
Warmwaterinstallaties in appel om Gloeosporiumrot te voorkomen werken nog onvoldoende. Dit blijkt uit een vergelijking van één commerciële warmwaterinstallatie (Burg) en twee prototypen van biologische fruittelers (Ruissen en Sturkenboom) getest. Hoewel de installaties van Burg en Ruissen vergelijkbaar presteerden – en die van Sturkenboom iets minder – is het resultaat nog niet voldoende.
Gloeosporium is in de biologische fruitteelt de belangrijkste vorm van bewaarrrot. De vruchtrot is grotendeels te voorkomen door de oogst een warmwaterbehandeling te geven. Omdat de enig verkrijgbare warmwaterinstallatie duur is, ontwikkelen twee telers op eigen initiatief elk een eigen systeem. Vorig bewaarseizoen zijn de drie installaties uitgetest met Topaz-appels van een bedrijf met Gloeosporium-problemen. Na de ULO-bewaring tot april bleek dat de warmwaterinstallaties het percentage Gloeosporiumrot bij Topaz direct bij uitslag had verminderd van een kwart naar vrijwel niets (1 tot 4 procent). Maar tijdens de uitstalperiode (1 week bij 10 °C en 1 week bij 18 °C) ontwikkelde zich bij 11 tot 18 procent van de gave vruchten alsnog Gloeosporiumrot. Dit was nog niet goed genoeg, maar wel beter dan bij de onbehandelde gave vruchten, waar 37 procent rot ontstond. Een probleem was dat na de uitstalperiode in april hoge percentages klokhuisbruin en scald-achtige afwijkingen werden gevonden. Komend bewaarseizoen wordt verder onderzoek gedaan naar lange bewaring van Topaz en het voorkomen van klokhuisbruin.
Meer informatie:
|