Bodemplagen biologisch bestrijden vraagt tijd
Biologische bestrijding van aaltjes met Pasteuria geeft wel effecten, maar toepassing in de praktijk laat op zich wachten. Hoge aantallen van de bacterie Pasteuria beperkt de opbouw van schadelijke aaltjes in de bodem. Maar het inbrengen van Pasteuria in hoge en werkzame aantallen is nog te duur en de natuurlijke opbouw in de bodem vraagt meerdere jaren tijd.

Biologische glastuinders kampen met diverse bodemgebonden ziekten en plagen, naast opbouw van aaltjes (Meloidiogyne) richten ook enkele schimmels (fusarium, pythium, kurkwortel, e.a.) schade aan. Willemijn Cuijpers (Louis Bolk Instituut) heeft de mogelijkheden om ziekteverwerkers op natuurlijke wijze te onderdrukken op een rij gezet. Ze kent meerdere voorbeelden van ziekte onderdrukking door inzet van antagonisten, maar toepassing in de praktijk zal nog jaren gaan duren. Uit Japans onderzoek blijkt dat de antagonist Pasteuria tegen aaltjes zich na drie jaar weet te vestigen in de bodem en de opbouw van aaltjes in de bodem beperkt. Voordat een product als Pasteuria ingezet kan worden, is naast veldonderzoek uiteindelijk ook een toelating volgens de bestrijdingsmiddelenwet noodzakelijk. Er is nog een lange weg te gaan aldus Willemijn.

Om het bodemleven te ondersteunen en plantenwortels tegen indringers te beschermen kan potgrond of compost worden geinoculeerd met schimmels zoals mycorrhiza of trichoderma.
Mycorrhiza heeft echter tijd nodig (2-4 weken) om de plant te koloniseren, terwijl nematoden al binnen enkele uren wortels aanprikken. Daarom is inoculeren tijdens de opkweek noodzakelijk en na planten minder effectief.

Meer informatie: