Hoe is rijenbemesting in snijmais te realiseren?
Bij toediening van dierlijke mest bij snijmais ín de rij is een forse besparing – tot 30% – mogelijk bij gelijkblijvende opbrengsten. Een aanvullende kunstmestgift is niet nodig. Een aantal beperkingen staan brede toepassing vooralsnog in de weg. Mesttoediening moet tegelijkertijd met zaaien gebeuren en de draagkracht van de grond moet voldoende groot zijn omdat anders insporing ontstaat. Hierdoor is het aantal werkbare dagen voor deze toepassing klein. Daarnaast vraagt de afstelling van de machine grote zorgvuldigheid; bij een minder goede mesttoediening is er het risico van lagere opbrengsten.
De strenger wordende mestwetgeving vergroot de noodzaak van rijenbemesting. Minder mest op mais geeft ruimte voor een hogere bemesting op andere gewassen.
Om meer werkbare dagen te krijgen moeten bemesting en zaai apart uitgevoerd kunnen worden. Dit kan met nieuwe technologieën, zoals het gebruik van nauwkeurige GPS- en stuursystemen.
Resultaten toepassing dierlijke mest en kunstmest in de rij bij zaai in vergelijking met veldtoepassing, gemiddelde waarden 2002-2005 op PPO-proefbedrijf Vredepeel.
| Objecten |
Bemestingsadvies en uitgevoerde bemesting (kg/ha)
|
Aanvoer N-totaal (kg/ha) |
Aanvoer N-werkzaam (kg/ha) |
Opbrengst (ton ds/ha) |
M-min najaar (kg/ha) |
Drijfsmest volvelds |
200 - Nmin volvelds 35 - 40 ton runderdrijfmest + 40 kg N uit KAS in de rij |
233 |
168 |
16,8 |
58 |
Drijfsmest in de rij |
160 - Nmin in de rij 35 - 40 ton runderdrijfmest in de rij |
169 |
118 |
15,6 |
51 |
Kunstmest in de rij |
160 - Nmin in de rij 120 kg N uit KAS in de rij |
118 |
118 |
16,4 |
38 | Meer informatie:
|