Binnen dit deelproject van het project "Biobloem naar volwassenheid" wordt onderzoek gedaan naar nieuwe soorten en nieuwe rassen biobloemen. In de rassenproeven van dit jaar zitten er zeker soorten die aantrekkelijk genoeg zijn om mee door te gaan in de biologische teelt.
Op vier biologische bedrijven zijn dit voorjaar van vier snijbloemen een aantal rassen opgeplant. De bedoeling was om na te gaan of een aantal nieuwe snijbloemen goed biologisch te telen zijn onder glas en welke rassen daarvoor het meest geschikt zijn. Beproefd zijn Ammi visnaga, Ornithogalum thyrsoïdes, Calendula officinalis en Tagetes erecta.
De teelt van Ammi visnaga was echter geen succes. Twee rassen zijn in de tweede helft van maart geplant. Ondanks dat de teler erg droog heeft geteeld, ontstond er een lang, slap gewas. Voor deze teeltperiode onder glas is de teelt van Ammi visnaga niet aan te bevelen.
Ornithogalum bleek wel goed te gaan. Op het bedrijf stonden drie rassen met plantdata vanaf half februari. Het blijkt dat Ornithogalum nauw geplant kan worden. De nauwste plantdichtheid (133 bollen per netto m2) gaf namelijk de hoogste opbrengst met een goede, vrij uniforme kwaliteit. Twee rassen voldeden goed. Het vaasleven is met drie à vier weken prima.
Mede door het koude voorjaar viel de oogst van oranje Calendula’s wat aan de late kant. Door het hete weer in de eerste helft van juni bleven de bloemen ook vrij klein. Van de tien onderzochte rassen bij op een praktijkbedrijf zijn er echter drie à vier die aantrekkelijk genoeg zijn om het komend seizoen verder te beproeven. De bedoeling is om dan in januari te zaaien. Trips kon goed met Swirskii roofmijt onder controle worden gebracht. Verder zijn er geen grote problemen geweest met ziekten of plagen. De zaaduniformiteit behoeft nog wel aandacht. Het vaasleven van Calendula viel niet helemaal mee.
Tien oranje en gele rassen van Tagetes erecta afkomstig van vijf bedrijven zijn half april geplant op een praktijkbedrijf. Er is zowel een getopte als een harttakteelt beproefd bij respectievelijk 24 en 48 planten/m2. De teelt is goed verlopen zonder echte ziekten of plagen. Tussen de rassen waren er grote verschillen in vroegheid, lengte, bladkwaliteit, bloemkleur en -vorm en uniformiteit. Alle rassen hadden wel meer of minder last van doorwas. Het vaasleven tussen de cultivars varieerde van circa één tot drie weken.
Meer informatie: