Doel
Doel van het project is het ontwikkelen van een nieuw biologisch komkommerconcept. Een concept dat teruggrijpt op authentieke en bijzondere rassen. Komkommers die verschillen qua smaak en uiterlijk en in het winkelschap duidelijk zijn te onderscheiden van de bestaande komkommers.
Sourcing en teeltonderzoek
Het CGN, Centrum voor Genetische Bronnen, heeft vanuit haar netwerk van genenbanken over de hele wereld en in samenwerking met Enza Zaden 57 rassen geselecteerd (longlist). Deze zijn in de zomer van 2006 geteeld, deels in een proefkas van PPO in Naaldwijk (niet biologisch, wel in de vollegrond van de kas), deels op de Warmonderhof (biologisch). De rassen zijn beoordeeld op teelt- en producteigenschappen. Alle rassen die vrucht droegen, zijn door het panel van superproevers van PPO glastuinbouw op smaak beoordeeld.
Op 27 juni is door de projectgroep een selectie van 18 rassen gemaakt (shortlist). Rassen van de longlist die niet opkwamen, of geen of zeer laat vruchten droegen, vielen sowieso af. Het uitgangspunt was om een breed palet aan vormen en kleuren te selecteren. Rassen met vruchten met vergelijkbare uiterlijke kenmerken, zijn behalve op vruchtuiterlijk ook op smaak en teelteigenschappen ten opzichte van elkaar beoordeeld. Teelteigenschappen werden in deze fase niet als doorslaggevend criterium gebruikt: dat waren de (vooral) uiterlijke productkenmerken van de komkommers.
De 18 rassen van de shortlist zijn in een proefkas bij PPO in Naaldwijk geteeld in een herfstteelt. Het doel was drieledig:
- testen van de rassen in een herfstteelt;
- verzamelen van informatie op basis waarvan de shortlist verder kon worden ingeperkt;
- telen van producten waarmee het eerste consumentenonderzoek kon worden uitgevoerd.
Vervolgens is door de projectgroep een selectie uit de shortlist gemaakt, deze is tot 10 rassen verder ingeperkt (hotlist). Het selectieproces en de criteria waren vergelijkbaar met de eerste ronde. Op 6 oktober zijn op basis van de herkomst van de rassen zo veel mogelijk namen “met een verhaal” bedacht, die in het consumentenonderzoek zijn gebruikt. Voor een overzicht van de hotlist, met hun product- en teeltkenmerken.
Consumentenonderzoek
In oktober zijn met drie focus groups groepsdiscussies gehouden over de aantrekkelijkheid en verwachtingen van de 10 verschillende soorten komkommers. Twee in Duitsland bij biologische supermarkt Alnatura en een in Nederland bij Eosta. De producten zijn beoordeeld op uiterlijk, schil, smaakverwachting en smaakbeleving, en ook zijn algemene opmerkingen genoteerd. Dit is gedaan voordat er productkenmerken zijn genoemd (met name de naam) en erna. Het noemen van achtergrondinformatie maakte bij enkele soorten verschil uit.
Naar aanleiding van de paneldiscussieresultaten zijn de verschillende komkommers in het model van de “gepercipieerde innovatiekarakteristieken” geplaatst, waarbij ze ten opzichte van de normale Hollandse komkommer zijn vergeleken op al dan niet vergelijkbaar “uiterlijk” en “gedrag” (gebruiksmogelijkheden). De positionering geeft aanknopingspunten voor het eventueel ontwikkelen van een marketingconcept.
Tenslotte zijn er combinaties van verschillende komkommers voorgelegd, waarbij naar de aantrekkelijkheid van een combinatie is gevraagd. Combinaties van vruchten van ongeveer gelijke grootte en vorm (maar afwijkend van kleur en schileigenschappen) lijken het meest aantrekkelijk.
Vervolg
Op 14 november j.l. zijn de resultaten uit het teeltonderzoek en het consumentenonderzoek besproken in de stuurgroep. Er is een eerste opzet gemaakt om de lijst nog verder in te perken tot maximaal 3 soorten. De uiteindelijke selectie zal binnenkort worden gemaakt. Basis voor deze selectie zijn met name de teelteigenschappen, aangezien de drie rassen in het voorjaar van 2007 op dusdanig grote schaal moeten worden geteeld, dat er voldoende producten beschikbaar zijn voor de 2e serie consumententests. In deze serie zullen productconcepten worden ontwikkeld en getoetst, daarvoor wordt er tevens gebruik gemaakt van de resultaten uit de focus groups.
Het is de bedoeling dat in de loop van 2007 de eerste ‘vergeten soorten’ komkommers in de winkel zullen liggen. Niet alle rassen zijn daar qua teelteigenschappen geschikt voor. In het onderzoek zitten wat dat betreft drie verschillende groepen.
- De eerste groep zit bij veredelaar Enza al een aantal jaar in het programma. Deze rassen zijn vrijwel klaar voor marktintroductie.
- De tweede groep bevat teelteigenschappen die verbetering behoeven. Belangrijke aandachtspunten zijn het streven naar parthenocarpe rassen (evt tussenstap: rassen met zeer weinig mannelijke bloemen) en voldoende hoge productiviteit.
- Van rassen uit de derde groep zou (ook) nog wat aan de interne kwaliteit van de vrucht zelf gedaan moeten worden. Zo zien de vruchten van een bepaald soort er erg aantrekkelijk uit, maar de smaak (zeer zuur) spoort niet met de verwachtingen die consumenten bij dit product hebben.
Meer informatie: