Geïntegreerde chrysantenteelt
Om de gangbare teelt duurzamer te maken is het idee ontstaan een aantal methoden en strategieën uit de EKO-teelt over te nemen.
Een breed samengestelde werkgroep van onderzoekers heeft samen een teeltprotocol opgesteld. Chrysant is als toetsgewas genomen, omdat dit veruit het grootste gewas is met grondteelt en bovendien op gebied van mineralen en gewasbescherming een aanzienlijk aantal knelpunten op milieugebied kent. Het protocol is besproken met de teler en vertegenwoordigers van toeleveringsbedrijven en op basis daarvan bijgesteld. Kernpunten waren:
- Organische stofvoorziening voor bodemverbetering, nutriëntenlevering en biologische bestrijding van onder- en bovengrondse plagen.
- Watergeven en bemesten volgens het fertigatiemodel om uitspoeling te minimaliseren.
- Biologische bestrijding van bovengrondse plagen.
Eén chrysantenbedrijf heeft als pilot gefungeerd. Drie teelten zijn gemonitord en de behaalde resultaten zijn vergeleken met de standaard van de teler.
De watergift is volgens het model uitgevoerd, met goed resultaat. De uitspoeling en ‘virtuele’ N verliezen konden daardoor tot een minimum worden beperkt. Vanwege onwennigheid met de methode op de bedrijven, is gebleken dat er voor toepassing een leer- en ervaringsperiode nodig is.
In tegenstelling tot eerdere ervaringen had toediening van geprepareerde compost geen merkbare invloed op het aantal bodemroofmijten. Mogelijk was de compost niet de meest geschikte, ook was de periode tussen enten en uitrijden van de compost aan de korte kant. Er was weinig verschil in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen en buiten het proefvak. Er was echter wel een groot verschil met het historische middelengebruik. Dit is mede een gevolg van afzien van een ruimtebehandeling in verband met de proef. Door deze verandering in middelenkeuze van de teler is de totale milieubelasting door insecticiden enorm gereduceerd. Wel bleek dat er zonder de inzet van breedwerkende middelen een groter risico is op het optreden van bladluis.
De conclusie is dat er met het opgestelde protocol in beginsel belangrijke verduurzaming van de teelten in kasgrond mogelijk is. Echter, door beperkingen van een proefvak binnen een bedrijf heeft de toetsing slechts op enkele punten verbetering gegeven. Invoering heeft alleen zin als met een gehele kasafdeling of een bedrijf kan worden omgeschakeld.
Meer informatie:
|