Naast nuttige insecten ook brandnetelwantsen in zomerbloemen
Van meerdere plantensoorten is bekend dat ze nuttige insecten zoals zweef- en gaasvliegen aantrekken. Nectar en stuifmeel is voor deze insecten een voedselbron. Zweefvliegen voelen zich ook thuis in de zomerbloemen, onderzoeker Anton van der Linden vond echter naast roofmijten, zweef- en gaasvliegen ook schadelijke brandnetelwantsen in de gewassen.
Beheersing van ziekten en plagen in de kas is gestoeld op biologische bestrijding van belagers van het gewas. Ook in de fruit- en boomteelt worden natuurlijke bestrijders uitgezet om spint, witte vlieg, luizen en trips te onderdrukken. Voor de vollegrond tuinbouw is het uitzetten van beestjes lastig en relatief duur. Daarom is Anton van der Linden op zoek naar natuurlijke vijanden die al aanwezig zijn en hoe deze kunnen worden gevoed.
Anton van der Linden verteld over zijn bevindingen tijdens de Biosfeer excursie: Op het bedrijf van Jan Knook hebben we veel zweefvliegen gevonden. Zweefvliegen leggen hun eieren in een haard van bladluizen. De larven ruimen de luizen op. De vliegen leven van stuifmeel en nectar. Dit voedsel wordt geleverd door de zomerbloemen op het bedrijf, vooral schermbloemigen en asterachtigen zijn favoriet. Om zweefvliegen te helpen, kan de teler zorgen voor extra bloeiende planten zoals boekweit, Alyssum en dille. Duizendblad is ook aantrekkelijk voor gaasvliegen. Vooral in Dille vinden we veel zweefvliegen. Daarom hebben we Dille als tussengewas voor zonnebloem gezaaid, maar deze ontwikkelde zich te laat om in het voorjaar als broedplaats voor zweefvliegen te dienen.
Tijdens de zoektocht op het bedrijf van Jan Knook (zie foto) vond Anton niet alleen natuurlijke vijanden in de gewassen, maar ook enkele belagers. In de Amaranthus wemelt het van de brandnetelwantsen (Liocoris tripustulaus) die zichtbare schade aanrichten in de naastgelegen Carthamus.
Meer informatie:
|