Bij de (co)vergisting van varkensdrijfmest ontstaat – naast energie – het restproduct digestaat. Dit restproduct is een bruikbare en waardevolle meststof voor akker- en tuinbouwbedrijven. Om het gebruik van deze meststof onder de aandacht te brengen en te toetsen voerden we op verzoek van ZLTO in 2006 op PPO-locatie Vredepeel een demo uit, waarin het gebruik van varkensdrijfmestdigestaat is vergeleken met gewone varkensdrijfmest en met runderdrijfmest. De toepassing vond plaats op proefpercelen van het project Nutriënten Waterproof en sluit goed aan bij de doelstellingen van dit project: hergebruik van afvalstromen en bijdragen aan grondstofkringlopen. Het digestaat werd betrokken van het proefbedrijf voor de varkenshouderij in Sterksel.
Digestaat heeft een aantal voordelen ten opzichte van gewone drijfmest. Zo is het product homogener en het heeft een groter aandeel nutriënten in voor de plant direct opneembare minerale vorm.
Het digestaat werd ingezet in de gewassen snijmais, aardappel en suikerbiet. Een belangrijke vraag bij de toepassing was hoe de werking van organisch gebonden stikstof moest worden ingeschat. Uit de demo is gebleken dat de hoeveelheid beschikbare stikstof uit varkensdrijfmestdigestaat aanzienlijk hoger is dan op voorhand werd berekend. Dit bleek o.a. uit de hogere N-opname door mais en aardappel en door het langer groen blijven van het bietenloof in het najaar. Potproeven, uitgevoerd door de Animal Sciences Group (ASG), bevestigen dit beeld en geven zelfs de indruk dat de N-benutting bijna gelijk is aan die van kunstmeststikstof.
Uit de demo is gebleken dat varkensdrijfmestdigestaat een waardevolle meststof is, maar dat de stikstofwerking nader onderzoek verdient om optimale toepassing mogelijk te maken en overdosering te voorkomen.
Meer informatie:
|