Diversiteit op én om perceel helpt plagen onderdrukken

Diversiteit op en om het landbouwperceel helpt plagen te verminderen. Een eerste verkennende veldproef met vier koolsoorten op het proefbedrijf de Broekemahoeve in Lelystad toont dit (wederom) aan.

Op de Broekemahoeve is begonnen met de inrichting van een ecologische infrastructuur van hagen, meerjarige graskruidenranden en éénjarige bloemenstroken. Het idee is dat zo’n netwerk overwinteringplaatsen, alternatieve prooien, honing en stuifmeel biedt aan natuurlijke vijanden als loopkevers, spinnen en sluipwespen.
In het experiment is een productiesysteem neergelegd met kleine percelen, stroken klaver tussen vier soorten kool en hagen eromheen. Dit kleinschalige systeem leidde tot meer natuurlijke vijanden en lagere niveaus van verschillende plagen dan een grootschalig productieperceel.
In de zomer van 2006 was de druk van koolmotje en koolwitje echter zó hoog, dat binnen het kleinschalige systeem toch nog veel schade aan de planten optrad. Er waren wel verschillen in aantasting tussen de verschillende koolsoorten. Dat kan komen door een verschillende voorkeur van de plagen voor bepaalde koolsoorten. Maar het kan ook te maken hebben de nabijheid van de haag die natuurlijke vijanden stimuleert.

Het teeltsysteem is nog lang niet praktijkrijp. Een goede kosten-batenanalyse ontbreekt, ook voor de afzonderlijke maatregelen. En de mate van onderdrukking is nog lang niet op een niveau dat het voor de praktijk acceptabel zou zijn.

Meer informatie: