Teelt biogasmais iets afwijkend van snijmais
De tijd is rijp voor groene, duurzame energie. De maatschappelijke behoefte is er en er zijn economische en milieukundige voordelen. Voor boeren kan groene energie een nieuwe bron van inkomsten vormen. De teelt van biogasmais werd daarom opgenomen in het project De smaak van morgen en uitgevoerd op PPO-locatie de Broekemahoeve.

Van de verschillende vormen van duurzame energie lijkt, naast windenergie, de productie van biogas uit mest en organisch materiaal een interessante optie. Het toevoegen van organisch materiaal aan mest (co-vergisting) of het vergisten van puur organisch materiaal (droge vergisting) levert het hoogste rendement. Dit organisch materiaal kan afkomstig zijn van reststromen, maar kan ook geteeld worden. Mais lijkt daarvoor het meest aangewezen gewas; de productie per hectare is hoog en het levert veel biogas (methaan) per kg organische stof. Bovendien zijn teelt, oogst en bewaring van mais goed uitvoerbaar. 

Na één teeltjaar kunnen we voorzichtig concluderen dat de teelt van biogasmais overeen komt met die van snijmais waar het gaat om zaaitijdstip, bemesting en onkruidbestrijding. Voor de maximale organische stof opbrengst per hectare lijkt een iets hoger plantaantal (110.000 planten/ha) en een iets latere oogst (1e week oktober) gewenst.

Veel aandacht is nog nodig voor verdere verbetering van het vergistingsproces. De vergistingsinstallatie vraagt de hoogste investering, deze moet zo rendabel mogelijk draaien. Onderzoeker Jos Groten hierover: ‘De vraag is of in dit kader de hoogste organische stofopbrengst/ha wel het hoogste doel moet zijn, of dat de juiste samenstelling van de organische stof niet een belangrijker criterium is. Een beperking in het vergistingsproces is de afbraakfase van organisch materiaal (hydrolysefase). We streven naar een organische stof die zo is samengesteld, dat deze snel wordt afgebroken en per dag veel methaangas per m3 ingevoerd product produceert. Hierbij kunnen kwaliteitsparameters zoals zetmeelgehalte en celwandverteerbaarheid – net als bij snijmais voor melkkoeien – mogelijk een rol spelen. Dit zal verder onderzocht moeten worden.’

Omzetting van organisch materiaal door de koe gebeurt door herkauwen en enzymen, waardoor de meeste energie snel beschikbaar komt. Bij de vergister is dit mogelijk na te bootsen door toevoeging van enzymen en door mechanisch verkleinen (fijn hakselen of malen) van het organisch materiaal. Van enige voorbewerking is overigens ook al sprake door het inkuilen van de mais, wat een 15% hogere gasproductie geeft.
Optimalisatie van het proces en van de gewenste kwaliteit van het co-vergistingsproduct kan de opstart en exploitatie van de vergistingsinstallatie verbeteren, waardoor rendabele exploitatie in zicht komt. Ook de verwaarding van het restproduct van de vergisting, het digestaat, kan hieraan bijdragen.

Meer informatie: