De teelt van vlinderbloemigen brengt een groot risico met zich mee, omdat aaltjes zich sterk kunnen vermeerderen. Dit gebeurde ook in het biologische systeem van Nutriënten Waterproof op proefbedrijf Vredepeel. Hier ging het om het aaltje Meloidogyne hapla. Of de vermeerdering ook effect heeft op de opbrengst van het volggewas prei moet dit najaar blijken.
Vlinderbloemigen staan in de biologische teelt sterk in de belangstelling. Zij verminderen de kans op uitspoeling van stikstof en dragen bij aan het sluiten van de nutriëntenkringloop. Ze brengen namelijk wel stikstof maar geen fosfaat en kali in het systeem. Dat is ook de reden waarom vlinderbloemigen geteeld worden in het project Nutriënten Waterproof. Nadeel is dat vlinderbloemigen sterk bijdragen aan de vermeerdering van aaltjes, met name Pratylenchus penetrans en Meloidoyne hapla. Gewassen die volgen op de teelt van vlinderbloemigen hebben daardoor een grote kans op schade. De vraag was echter of dit ook opgaat voor biologische systemen. De heersende opvatting is dat biologische gewassen minder vatbaar zijn voor hogere aaltjesniveaus.
In 2005 is op het biologische systeem in Vredepeel zowel luzerne als gras/klaver gezaaid. Luzerne leek de beste vlinderbloemige, omdat het een slechtere waard is voor de aaltjes Meloidogyne fallax en chitwoodi. De luzerne werd samen met haver ingezaaid voor een betere onderdrukking van het onkruid. Voordeel van gras/klaver is dat het meer opbrengt, het onkruid beter onderdrukt en beter is onder te werken. De bedoeling was aanvankelijk de vlinderbloemigen eind juni 2007 in te werken voor de preiteelt. Dat gebeurt nog steeds, maar naar aanleiding van de aaltjesmetingen dit voorjaar is de proef aangepast.
Er bleken hoge aaltjesniveaus in de grond te zitten, maar dan van een andere soort. Het niveau van Meloidogyne hapla in de luzerne lag op 1800 aaltjes per cc grond en in de gras/klaver op 600 aaltjes per cc grond. In een proef wordt nu de luzerne op drie verschillende momenten ingewerkt, begin april, begin mei en in juni. De gras/klaver is wel op één moment ingewerkt, in mei. De verwachting is dat door eerder inwerken wellicht een deel van de aaltjespopulatie voor de zaai van de prei eind juni is afgebroken. Tijdens de preiteelt volgen de onderzoekers de effecten van de hoge niveaus aaltjes op de gewasgroei. Ook nemen ze aaltjesmonsters voor en na de preiteelt om te kijken hoe het verloop in afbraak en eventueel opbouw is.
Meer informatie: