Biodiversiteit op en om het landbouwperceel verminderde in 2007 melige koolluis en trips, maar had geen effect op rupsen van het koolmotje in een gewas kool. Dat komt naar voren uit veldproeven op het proefbedrijf de Broekemahoeve in Lelystad.
De Broekemahoeve krijgt een ecologische infrastructuur. Een netwerk van hagen, meerjarige graskruidenranden en éénjarige bloemenstroken moeten overwinteringsplaatsen, alternatieve prooien, honing en stuifmeel gaan leveren voor natuurlijke vijanden als loopkevers, spinnen en sluipwespen. Er zijn drie systemen aangelegd: een perceel kool met graskruiden- en bloemenranden om het perceel en grasklaver in het perceel, een perceel sluitkool naast een haag met een meerjarig grasrand en zaaiuien ertussen en sluitkool in een grootschalig systeem zonder randen.
Gras- of kruidenranden naast het perceel lijken geen effect op koolmot te hebben. In het grootschalige systeem werden wel meer koolmotten gevangen in feromoonvallen, maar het percentage planten bezet met rupsen was hier met 60 procent het laagst. In de kool naast graskruidenrand kwam 81 procent van de planten rupsen voor.
In het grootschalige systeem werden meer melige koolluis gevonden en minder spinnen, een van hun natuurlijke vijanden. Vooral op kool naast een haag met meerjarig grasland kwam minder koolluis voor. Ook is er minder trips aangetroffen.
De resultaten wijzen erop dat populaties van natuurlijke vijanden te beïnvloeden zijn door de ecologische inrichting rondom en binnen het perceel. Ook de koolsoort heeft effect. In spitskool zijn minder lopende natuurlijke vijanden gevangen (loopkevers) dan in sluitkool. Verder had witte kool het meest last van de rupsen van het koolmotje en spitskool het minst.
Meer informatie: