Organische stof management op duinzand
Voor een vlotte en gezonde gewasgroei is een goede organische stofvoorziening in de bodem een belangrijke factor. Dit belang is reeds lang onderkend. Functies van organische stof zijn onder andere vergroting van het vochthoudend vermogen, verbetering van de bodemstructuur, verhoging van bindingscapaciteit, buffering van voedingsstoffen en stimulering en ondersteuning van evenwichtig bodemleven. Nadelige aspecten zijn er ook; zo kunnen er uit de organische stof mineralen vrijkomen op momenten dat deze niet worden opgenomen door het gewas, met als gevolg dat ze vervolgens in het milieu terecht kunnen komen.

In het verleden is er al veel onderzoek gedaan naar organische stof, voor verschillende grondsoorten. Echter, in deze onderzoeken is duinzandgrond niet meegenomen. Ook het effect van verschillende organische materialen op het o.s.-gehalte in de bodem is betrekkelijk weinig onderzocht. Om na te gaan hoe we het onderzoek naar organische stof management op zandgrond – en dan met het accent op duinzandgrond – het best kunnen inrichten hebben we een literatuurstudie uitgevoerd om te bezien welke onderzoeken op dit terrein is uitgevoerd en hoe dit heeft plaatsgevonden.

Op basis van dit literatuuronderzoek hebben we een aantal aanbevelingen geformuleerd voor toekomstig onderzoek:Het is wenselijk om de afbraak van organische stof in de bodem en de bijdrage van de organische materialen aan deze organische stof vast te stellen. Een vergelijking van verschillende duinzandgronden met dekzand maakt het mogelijk om de beschikbaar komende resultaten tevens te gebruiken voor deelsectoren van de boomkwekerij op zandgronden, anders dan duinzandgronden. Een relatief eenvoudige en goedkope methode voor dit onderzoek is een vakkenproef, waarbij grondsoorten naast elkaar, zonder gewas, worden onderzocht op afbraak van bodemorganische stof en afbraak van organische stof uit toegevoegde materialen zoals gewas- en wortelresten.

Voorts bevelen we aan om in het bestaande bedrijfssystemenonderzoek voor sierteeltgewassen Topsoil+ de verbinding te leggen tussen genoemd onderzoek in vakken enerzijds en onderzoek aan o.s.-management op gewas- en bedrijfsniveau anderzijds.

Aansluitend is er een onderzoek opgestart voor sierteelten die hoofdzakelijk op duinzandgrond worden uitgevoerd. In Topsoil+ zijn behandelingen met stalmest en compost en combinaties van beide materialen aangelegd op verschillende velden. De gewasgroei en het verloop van het percentage organische stof vergelijken we met een behandeling die geen stalmest of compost krijgt. De behandelingen liggen op vaste velden en daarop worden de komende jaren bloembollen, vaste planten en zomerbloemen geteeld. Dezelfde behandelingen zijn aangelegd in een vakkenproef waar geen gewas op groeit. In de vakkenproef volgen we het verloop van het organische stof gehalte gedurende de komende vier jaar van een ‘oude’ (goed bemeste) duinzandgrond, een nieuwe (niet bemeste) duinzandgrond, grond uit Topsoil en een dekzandgrond. De bijdrage van stalmest, compost en gewasresten als stro en bladrammenas aan de organische stof voorziening wordt vastgesteld. Telers krijgen zo beter inzicht in de bijdrage van deze materialen aan het behoud van het percentage organische stof. Een eenvoudige rekenmodule gaat de telers daarbij ondersteunen.

Fotobijschrift: Stalmest wordt van oudsher veel toegepast bij de teelt van siergewassen op duinzandgrond.

Meer informatie: