Vervroeging van de aardappelteelt is voor biologische aardappeltelers een methode om de schade door de schimmelziekte Phytophthora infestans te beperken. Vervroegingsmaatregelen zoals een halve maand vroeger poten, extra grote poters gebruiken en voldoende stikstof toedienen blijken een positief effect te hebben op de knolopbrengst. Een combinatie van vervroegingsmethoden geeft een aanzienlijke opbrengstverhoging per ha.
De kans op aantasting door Phytophthora is vroeg in het seizoen geringer omdat er minder aardappelloof is ontwikkeld. De schimmel heeft zich dan nog nauwelijks ontwikkeld en een vroeg gewas heeft daardoor meer kans loof te vormen zonder te worden aangetast. Door te zorgen voor een vroeg gewas en daartoe maatregelen te nemen, neemt de kans op een goede biologische aardappelopbrengst toe.
In een veldproef in 2008 bij PPO-AGV in Lelystad hebben onderzoekers van Wageningen UR gekeken welke bijdrage verschillende vervroegingsmaatregelen ieder afzonderlijk hebben op verhoging van de opbrengst en verbetering van de kwaliteit van het vrij late ras aardappelras Agria. Het onderzoek is uitgevoerd om systeeminnovaties te bereiken voor biologische open teelten. Agria is het meest geteelde ras in de biologische sector met goede smaak, zelfs als het loof vroeg moet worden doodgebrand vanwege Phytophthora. Het loof van Agria is wel vatbaar en de knollen zijn wat minder vatbaar voor Phytophthora.
De bekendste maatregel om tot een snelle gewasontwikkeling te komen is voorkiemen. In de veldproef is gekeken naar het effect van vier andere vervroegingsmaatregelen op voorgekiemde aardappelen. De onderzoekers maken bij dit onderzoek de kanttekening dat 2008 evenals 2007 een bijzonder Phytophthorajaar was. In 2007 moest het loof van biologische aardappelen extreem vroeg worden gebrand (half juni).In 2008 kon het ten noorden van de grote rivieren extra lang doorgroeien als gevolg van de daar heersende droogte tot begin juli.
Zo vroeg mogelijk poten (half april in plaats van eind april) bleek een positief effect te hebben op de knolopbrengst. Het effect van de extra grote potermaat (50/60 mm), in vergelijking met de gebruikelijke potermaat (35-40 mm), was nog groter. En vooral de stikstofbemesting met verenmeelkorrels had een duidelijk positief effect op de knolopbrengst. Wel was door de bemesting met 120 kg N (omgerekend) per hectare het onderwatergewicht van de geoogste knollen gemiddeld 6% lager.
De vervroegingsmaatregel tijdelijk afdekken van het gewas met transparant folie had in dit jaar met zijn relatief late pootdatum en warme meimaand geen betrouwbaar effect op de knolopbrengst.
De combinatie van vervroegingsmethoden relatief vroeg poten (half april), een grote potermaat (50/60 mm) en een voldoende hoge stikstofgift (120 kg N per ha), gaf in deze veldproef een opbrengstverhoging van 14 ton/ha te zien.
Meer informatie:
Klik hier voor het complete rapport