Voor de biologische uienteelt zijn naast een goede opbrengst en sortering ook de mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding van belang. Clusterzaai biedt hiervoor mogelijk een oplossing. Dit blijkt uit onderzoek van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, gepubliceerd in een bioKennisbericht.
Biologische zaaiuien worden traditioneel gezaaid in een beddenteelt van 1,5 m met 5 rijen/bed. De optimale plantdichtheid is hierbij berekend op 70-80 planten/m2. Daarbij is gestreefd naar een opbrengst van 40 ton/ha en een hoog percentage grove uien (40-60 mm). Om een zo hoog mogelijke opbrengst met een voldoende grove sortering te oogsten, moeten de uien zo homogeen mogelijk over het grondoppervlak worden verdeeld. Zo kunnen de uienplanten het meeste licht via het loof opvangen. Hierdoor verloopt ook de ontwikkeling van valse meeldauw soms iets trager. Echter: mechanische onkruidbestrijding verloopt het gemakkelijkst bij voldoende ruimte tussen de gewasrijen. Dat is lastig en biologische telers zullen dus concessies moeten doen in het zaaisysteem.
Clusterzaai biedt hiervoor mogelijk een oplossing. Hierbij zaait men 4 à 6 planten dicht bij elkaar, gevolgd door een open ruimte van 14-20 cm. Hier ontstaat meer ruimte in de rijen (bij gelijkblijvende zaadhoeveelheden) die gewied kunnen worden met een intrarij-schoffel of een brander.
Als er meer ruimte tussen de planten aanwezig is (meer rijen/bed, minder zaaizaad/ha) en minder stikstofbemesting wordt toegepast, zal valse meeldauw zich langzamer verspreiden door het gewas. Deze teeltmaatregelen kunnen valse meeldauw alleen beperken bij een erg lichte of late aantasting. Als de infectiedruk hoog is, bieden teeltmaatregelen onvoldoende bescherming.
Klik hier voor het bioKennisbericht 'Naar een optimaal teeltsysteem voor biologische zaaiuien'.
U kunt zich gratis op de papieren bioKennisberichten abonneren, door een e-mail te sturen met uw naam en adres, naar info@biokennis.nl. Geef hierbij aan voor welke sector(en) u deze wilt ontvangen.
Meer informatie: