Effectieve maatregelen tegen knobbelaaltjes in de biologische glasgroenteteelt

Creatief vruchtwisselen, biofumigatie, gebruik van resistente of tolerante onderstammen of antagonistische gewassen zijn effectieve maatregelen tegen wortelknobbelaaltjes in de biologische glasgroententeelt. Een combinatie van preventieve en curatieve maatregelen is noodzakelijk om de schade van plantpathogenen te beperken. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen UR Glastuinbouw.

Endoparasitaire aaltjes (geheel in de plant levend) zijn de belangrijkste schadeveroorzakers in de biologische teelt van glasgroenten. Ze dringen door in de wortels van de plant, waar ze plantweefsel aantasten en de wortelfunctie belemmeren.
Dit veroorzaakt een verminderde sapstroom naar bovengrondse delen met als gevolg vergeling en slap hangen van de plant.
Wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.) behoren tot de endoparasitaire aaltjes, en zijn er in vele soorten en maten.
Ook in geval van grondgebonden pathogenen, zoals wortelknobbelaaltjes, geldt “voorkomen is beter dan genezen”. Omdat er vanuit bedrijfseconomisch perspectief weinig alternatieve gewassen opgenomen kunnen worden, biedt slimme vruchtwisseling mogelijkheden:

  • Combinatie van hoofdgewas met tussenteelt van antagonistische gewassen. Dit zijn planten die een actief bestrijdend effect hebben op plantparasitaire aaltjes. Uit een veldexperiment in 2007 bleek dat Tagetes een bestrijdend effect had tegen wortelknobbelaaltjes, maar alleen als Tagetes voorafgaande aan een teelt komkommer werd ingezet.
  • Bij compartimententeelt waarbij verticale scheiding tussen teeltstroken wordt aangebracht, blijft mogelijke besmetting tussen de stroken beperkt (of uitgesloten).
  • Tijdelijke leegstand om de bodem rust te geven. Tijdens de braakperiode kan een vanggewas worden benut om de populatie aaltjes te reduceren.
  • Indien deze maatregelen onvoldoende effect hebben en de aaltjespopulatie boven de schadedrempel stijgt, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk;
  • Biofumigatie, door het hakselen en inwerken van groenbemesters of gewassen (zoals mosterdplanten) die toxines afgeven die bij hogere concentraties aaltjes doden. Dit vraagt goede planning en organisatie, omdat de werking sterk afhangt van de versheid van het organisch materiaal en mate van afdekking na inwerken.
  • Gebruik van onderstammen met resistentie of tolerantie tegen knobbelaaltjes. Het probleem hierbij is echter dat aaltjes zich in veel gevallen weten te vermenigvuldigen op deze onderstammen.
  • Grondstomen, maar hiermee wordt ook de natuurlijke weerstand (ziektewerendheid) tegen aaltjes en schimmels teniet gedaan.

Klik hier voor het bioKennis bericht 'Antagonisten tegen knobbelaaltjes en natuurlijke ontsmetting'.

U kunt zich gratis op de papieren bioKennisberichten abonneren, door een e-mail te sturen met uw naam en adres, naar info@biokennis.nl. Geef hierbij aan voor welke sector(en) u deze wilt ontvangen.

Meer informatie: