Systeeminnovatie bij de teelt van Iris
Bij tulp wordt al hier en daar een eb/vloed broeisysteem gebruikt. PPO Bollen Bomen en Fruit in Lisse onderzoekt momenteel of zo’n systeem ook voor de teelt van Iris kan worden ontwikkeld. Bij tulp blijkt dit systeem veel duurzamer te zijn dan het gangbare systeem. In een eb/vloed systeem zijn de arbeidsomstandigheden veel beter, is de energie-efficiëntie hoger en wordt het gebruik van potgrond vermeden, terwijl de kwaliteit van de bloemen minstens even goed is. Maar de broeiers van Iris hebben een grote angst voor het optreden van zachtrot, veroorzaakt door de Erwinia bacterie. Uit een eerdere proef bleek al dat Erwinia in de kas geen belemmering hoeft te zijn. Nadat de irissen na drie weken beworteling in de voortrekruimte verplaatst werden naar een kas met water dat besmet was met Erwinia trad toch geen aantasting op. In 2007 is o.a. nagegaan of beworteling in een voortrekruimte met besmet water wel een aantasting gaf. De afstand tussen de bolbodem en het water werd hierbij gevarieerd: bollen 1 cm diep in het water, precies op het waterniveau en 2 cm boven het water. Deze laatste behandeling gaf tot 7% zachtrot, de andere behandelingen tot 34% en 39%. Het moment dat de bacterie kan toeslaan is dus maar kort, vermoedelijk alleen op het moment dat de wortels door de bolbodem breken. In een andere proef is nagegaan of in de kas, zonder het gebruik van natuurlijke groeistoffen, een goede bloemkwaliteit realiseerbaar is. De resultaten lieten zien dat ook bij iris de wortelgroei bij eb/vloed uitbundiger is dan bij stilstaand water: de wortellengte bij eb/vloed broei was gemiddeld 24 cm, bij broei op stilstaan water was de wortellengte (met of zonder groeistof) gemiddeld 17 cm. Het percentage verdroogde bloemen in de proef was echter bij eb/vloed flink hoger. In 2008 wordt onderzocht wat de optimale eb/vloed frequentie is.
Fotobijschrift: Waterbroei van Iris in de praktijk: drie weken voortrekken in meer lagen.
Meer informatie:
|