Het organische stof (OS)gehalte en het voorafgaande geteelde gewas (met name Tagetes) hebben een positief effect op de weerbaarheid tegen wortelknobbels (M. hapla) in de biologische sierteelt op duinzand. Dit resultaat is bevestigd door de opbrengstgegevens van de Blauwe Monnikskap (Aconitum napellus) in een veldproef van het Topsoil+ innovatieproject voor open teelten van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving.
Knelpunten bollenteelt
De traditionele bollenteelt kent een intensieve vruchtwisseling (1:3 of 1:4). De uitspoelingsgevoelige duinzandgrond in de bollenstreek heeft een hoge pH en ondiepe grondwaterstanden. Verder heeft de bodem een laag organisch stofgehalte (lager dan 1%). De belangrijkste knelpunten die hierbij optreden zijn bodemgebonden ziekten en beheer van organische stof. De mogelijkheden voor chemische bestrijding zijn in de bollenteelt zeer beperkt en zullen mogelijk in de toekomst verder beperkt worden.
Onderzoek OS-gehalte en vruchtwisseling
Het OS-gehalte speelt een belangrijke rol in de biologische bodemkwaliteit, omdat dit het bodemleven stimuleert. Een uitgebreid en divers bodemleven blijkt gunstig te zijn voor de bodemgezondheid en de weerbaarheid tegen ziekten.
In het Topsoil+ project zijn twee oplossingsrichtingen onderzocht: verbreding van de vruchtwisseling en verhoging van het OS-gehalte. De vruchtwisseling bestaat uit bloembollen (tulp, hyacint en narcis), vaste planten, sierheesters en zomerbloemen, en eventueel tussengewassen. Om de invloed van het OS-gehalte op de bodemweerbaarheid te meten zijn drie teeltsystemen aangelegd met verschillende organische stofniveaus: 0,7%, 1,4% en 4%. Het laagste OS-gehalte is het natuurlijke gehalte van de bodem. Door toediening van een mengsel van veen en stalmest (5%) is het OS-gehalte verhoogd. Op de velden met de hogere OS-gehaltes wordt biologisch geteeld en op het veld met het laagste OS is een geïntegreerd systeem aangelegd.
Verhoogde bodemweerbaarheid
De beste methode om bodemweerbaarheid te meten is een biotoets. Hierbij wordt een ziekteverwekker aan de grond toegevoegd en gekeken hoeveel schade deze veroorzaakt in een gevoelig (test)gewas. Jaarlijks worden grondmonsters genomen uit de verschillende teeltsystemen van Topsoil+. Hiermee worden biotoetsen ingezet om de bodemweerbaarheid tegen Pythium (bij hyacint), Rhizoctonia solani (bij tulp), Meloïdogyne hapla (bij sla) en Pratylenchus penetrans (bij narcis) te meten en te volgen in de tijd. Een veldproef met Blauwe Monnikskap heeft aangetoond dat het OS-gehalte en de voorafgaande teelt (met name Tagetes) een positief effect hebben op de weerbaarheid tegen wortelknobbels (M. Hapla).
Meer informatie:
Klik hier voor de poster van 'Topsoil+ Bodemkwaliteit in de sierteelt op duinzand'
Klik hier voor het informatieblad 'Organische stof en bodemweerbaarheid Informatieblad Topsoil+ Nr. 7'
Klik hier voor de factsheet 'Topsoil+ Factsheet 2006'