Lelietelers in Zuidoost Nederland huren veelal percelen van veehouders. De afname van drijfmest is daarbij in de huurovereenkomst opgenomen. Het lijkt erop dat door de gebruikelijke toedieningswijze van de drijfmest een deel van de stikstof verloren gaat. Zo kan, door het onderploegen, een deel van de mest lager dan de ondiepe wortelzone terechtkomen. Ook intensief beregenen kan leiden tot veel stikstofverlies.
Het is daarom voor lelietelers in Zuidoost Nederland lastig om de N-gift bij de lelieteelt binnen de N-norm van 145 kg/ha te blijven; in de praktijk blijkt deze gift gemiddeld aanzienlijk hoger uit te vallen dan de norm. We vermoeden dat de slechte benutting van stikstof uit drijfmest hierin een grote rol speelt.
Om deze mogelijke verliezen te beperken hebben we onderzocht of de N-benutting verbetert door de mest te injecteren in plaats van onder te ploegen. Uit de N-metingen bleek een iets hogere Nmin-voorraad in de wortelzone van het gewas en een iets betere verdeling van de stikstof. We konden geen significant effect vaststellen op de opbrengst. Wel waren de geoogste bollen grover en was de stikstofinhoud hoger.
Een andere mogelijkheid die we onderzochten is het ‘beregenen op maat’, om stikstofverliezen door intensieve beregening te beperken. We deden dit door de watergift bij beregening te baseren op de registratie van een bodemvochtsensor. Door de grote hoeveelheid neerslag in het teeltseizoen 2007 leverde dit echter geen verschillen in stikstofgift op: de watergift op basis van de bodemvochtsensor verschilde niet met de gift volgens de inzichten van de teler. Er zijn echter een aantal aanknopingspunten om de beregeningsstrategie nog te verbeteren, o.a. door de informatie van de bodemsensor strakker te volgen en door het adviespunt van de sensor aan te scherpen.
Beide onderzoeken worden dit jaar herhaald.
Fotobijschrift: Vochtsensor van DACOM in het leliegewas.
Meer informatie: