Binnen de boomkwekerij vormen laanbomen een belangrijk exportproduct.
Om de internationale concurrentiepositie van deze gewasgroep te versterken is verdere ontwikkeling van de laanbomenteelt essentieel. Een belangrijk aanknopingspunt voor innovatie zoeken we in de factor arbeid; beschikbaarheid, kosten en kwaliteit van arbeid vormen een toenemend probleem. Een aantal boomkwekers namen het initiatief om dit probleem aan te pakken en hieruit is het Innovatienetwerk Laanbomen ontstaan. Het netwerk heeft momenteel een stevige basis in de regio Opheusden en ook binnen het laanboompact (onderdeel Betuwse Bloem). Er wordt samengewerkt met andere netwerken.
Randvoorwaarde voor verdere ontwikkeling van de boomteelt is productuniformiteit. Uniformiteit is een belangrijk als een van de aspecten van kwaliteitscodering, maar is ook een voorwaarde om te kunnen komen tot een veel hogere graad van mechanisering van de teelt of zelfs gerobotiseerde teelt. Gelijke producten betekent minder afwijkingen en daarmee betere mogelijkheden voor succesvolle technische toepassingen in de teelt. In 2007 hebben we daarom gekeken welke factoren van invloed zijn op de uniformiteit en hoe de teler de uniformiteit mogelijk kan beïnvloeden. Daarnaast hebben we de verschillende ketenpartners bijeengebracht, van zaad, bos- en haagplantsoen tot spillenteelt en laanbomenteelt.
Enkele conclusies uit onze eerste oriëntatie, gericht op laanbomenteelt:
- Binnen één partij is de dikte van de boom bij binnenkomst op het bedrijf een goede indicatie voor de dikte van de boom bij aflevering;
- Er is geen duidelijke relatie tussen gewicht en grootte van het gebruikte zaaizaad op lengte en diktegroei van de zaailing;
- De relatie ‘de dunste boom blijft de dunste en de dikste de dikste’ is significant.
Het achterliggende idee is dat vergroting van de uniformiteit – bijvoorbeeld door gelijkmatige kieming, zaadselectie en zaailingen – er mogelijkheden ontstaan voor een nieuw teeltconcept, met daarin precisiezaai of zaai in pluggen, gevolgd door blokrooien later in de keten. Hierdoor ontstaat een ander teeltsysteem met voordelen voor mechanisatie, grondbenutting, arbeid en logistiek.
Begin dit jaar zijn de resultaten gepresenteerd en besproken met de deelnemers van het innovatienetwerk. Een volgende stap is o.a. een economische studie naar het nieuwe teeltconcept om het inzicht in de mogelijkheden te vergroten. Daarnaast willen we nagaan of genoemde aanpak ook perspectief biedt voor de teelt van bos- en haagplantsoen.
Voor meer informatie: Ton Baltissen, ton.baltissen@wur.nl