In de biologische opfok- en leghennensector blijkt dat ruwvoer kan bijdragen aan een oplossing bij verenpikken en problemen die terug te voeren zijn op darmgezondheid. Projectleider Cynthia Verwer: “In 2008 hebben we onder pluimveehouders het gebruik van ruwvoeders geïnventariseerd. Naar voren kwam dat zij soms terughoudend zijn hiermee, omdat ze nog te weinig weten over soorten ruwvoer en te verstrekken hoeveelheden. Ook geven ze ruwvoer soms als ‘bezigheidstherapie’ zodat de kippen kunnen scharrelen of alleen bij problemen – bijvoorbeeld om verenpikken tegen te gaan. Pluimveehouders zijn er nog niet aan gewend ruwvoer in te bedden in de bedrijfsvoering, terwijl het preventief hele positieve effecten kan hebben. Daarnaast stuiten ze op de inrichting van hun stal, die niet altijd geschikt is om ruwvoer te verstrekken. Ook opslag en houdbaarheid van de producten weerhoudt een enkeling nog van ruwvoerverstrekking”.
In het ruwvoerproject 2009 kijkt het Louis Bolk Instituut voor de biologische pluimveehouderij naar soorten, hoeveelheden en wijze van verstrekken van ruwvoer en de effecten op gedrag, waaronder verenpikken, legpercentage, eierenkwaliteit en darmgezondheid. Verwer: “Het is belangrijk uit te zoeken hoeveel ruwvoer je kunt voeren en wanneer, zodat de opname van het basisvoer (legmeel) niet wordt aangetast. Ook willen we achterhalen welke producten echt zorgen voor een betere darmgezondheid. Op praktijkbedrijven proberen we verschillende manieren uit bij opfok- en leghennen, waarbij we aansluiten op lopende initiatieven. De proef is gestart op zowel een opfok- (met doorloop in de leg) als een leghennenbedrijf en loopt tot medio 2010 (legkoppel tot 50 weken). Als de hennen geen ruwvoer gewend zijn in de opfok, zijn ze dat ook niet in de leg.”
In de proef worden drie soorten ruwvoer getest: luzerne, biologisch gras en snijmaïs. “In luzerne zitten veel eiwitten die een goede aanvulling zijn op het voer, maar de vraag is of de kip luzerne goed kan verwerken. Biologisch gras is voor de boer erg praktisch. Het biologisch-dynamisch pluimveebedrijf Speelman in Gasselternijveen heeft een grote uitloop met biologisch gras. Het gedroogde maaisel krijgen de kippen als ruwvoer (zie foto, red.). Snijmaïs is een nat product en daardoor moeilijker goed te houden; kippen kunnen daar gevoeliger voor zijn. In het algemeen zijn de resultaten met ruwvoer tot nu toe positief en we verwachten dat die lijn doorzet.”
Doel van het project is de ontwikkeling van een leidraad, met praktisch advies over welke producten en hoeveelheden biologische pluimveehouders aan hun pluimvee kunnen geven om positieve effecten te bereiken. Daarnaast willen de onderzoekers praktische handvatten aanreiken om ruwvoeders handig en zonder nadelige effecten aan de dieren te verstrekken (binnen en buiten).
Meer informatie: