Samen innoveren levert op de lange duur betere resultaten. Innovaties worden sneller toegepast en partners blijven vaak ook samenwerken als het project is afgelopen. Dat komt naar voren bij een van de eerste co-innovatieprogramma’s: Biologische afzetketens.
Het programma is begin 2000 opgezet om de afzet van biologische producten te laten groeien. Politici, beleidsmakers en belangenorganisaties wilden daarom innovaties in de keten stimuleren, vooral via ketensamenwerking.
Dit is gelukt. Er zijn diverse nieuwe producten of concepten ontstaan, zoals een nieuw soort komkommer of een nieuwe logistiek. Maar het succes van het onderzoeksprogramma is zeker niet alleen af te lezen aan concrete producten, vindt Arjan Monteny, voormalig programmaleider. Bij dit soort processen ijlen resultaten nu eenmaal na: ‘Soms hoor je na afloop van een project twee jaar lang niets en dan heeft een bedrijf ineens toch dat nieuwe logistieke systeem geïntroduceerd.’ Bijna nog belangrijker dan concrete resultaten is dat de samenwerking verbetert. Dan is er namelijk een goede voedingsbodem voor nog meer nieuwe initiatieven.
Lastig is dat goed leren samenwerken veel tijd en energie kost, waarbij onzeker is wat de uitkomst is. Monteny denkt dat dat de reden is dat opdrachtgevers geen geld over hebben voor het proces van samenwerken. En ook bedrijfsleven zelf wil graag sneller resultaat hebben. Jammer, vindt Monteny: ‘Je kunt in je eentje sneller een rapport schrijven, maar daarmee is de innovatie nog niet geïmplementeerd. Als je pas begint met draagvlak en doorwerking creëren als het project al af is, duurt het juist veel langer voordat je echt resultaat hebt.’
Meer informatie: