EU-nitraatrichtlijn nog niet haalbaar in de praktijk
Op 1 september 2009 is met een slotbijeenkomst in Vredepeel het project Nutriënten Waterproof afgesloten. Onderzoekers hebben gezocht naar teeltmethoden om de nutriëntenemissies te verminderen. De resultaten zijn niet erg bemoedigend. De norm van de gewenste maximaal 50 mg nitraat/liter in het grondwater kan alleen gehaald worden in een biologisch bedrijfssysteem met weinig uitspoelingsgevoelige gewassen en door bij intensieve tuinbouw de teelt uit de grond te halen.

Verlaging van de nutriëntenemissie is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de normen in de EU-nitraatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de nationale mest- en milieuwetgeving. Om dit te bereiken is er in de periode 2005-2008 in opdracht van het ministerie LNV op PPO proefbedrijf Vredepeel onderzoek gedaan in geïntegreerde en biologische bedrijfssystemen. In dit zandgebied is de uitspoeling van nutriënten groot en het overschot aan dierlijke mest hoog. Het probleem is hier dus erg urgent.

Drie bedrijfssystemen bekekenIn Vredepeel zijn nauwkeurig alle teelthandelingen geregistreerd, de opbrengsten en de stikstofinhoud van gewassen en bodem gemeten en de uitspoeling van stikstof en fosfaat naar het grond- en oppervlaktewater gemeten in drie bedrijfssystemen:

  • Geïntegreerd Hoog: mineralisatiecapaciteit van de bodem gehandhaafd door voldoende aanvoer van organische stof in de vorm van varkens- en runderdrijfmest, compost en kunstmest. Nitraatconcentratie in de bodem was 120 mg, de opbrengst van de akkerbouwgewassen 10% lager dan de praktijk.
  • Geïntegreerd laag: mineralisatiecapaciteit van de bodem verminderd door geen aanvoer van organische mest en zoveel mogelijk afvoer van gewasresten. Het gewas kreeg alleen kunstmest. Nitraatconcentratie in de bodem was 100 mg, de opbrengst van de akkerbouwgewassen 13% lager dan de praktijk.
  • Biologisch: mineralisatiecapaciteit van de bodem verhoogd door grote aanvoer van organische mest zoals potstalmest, runderdrijfmest en groencompost en maximale inzet van vlinderbloemigen en groenbemesters als buffer in de bodem. Er zijn weinig uitspoelingsgevoelige gewassen geteeld als gerst, grasklaver en bos en haagplantsoen. Nitraatconcentratie in de bodem bleef onder de 50 mg, de opbrengst van gerst was laag en van prei, broccoli en suikerbiet waren wisselend.

De teleurstellende conclusie is dat met beide geïntegreerde bedrijfssystemen, zelfs bij de lage variant, de nitraatconcentratie ruim boven de norm van 50 mg nitraat/liter blijft. Zelfs met vergaande aanvullende maatregelen is de verwachting dat binnen het huidige systeem de norm binnen bereik komt, met daarnaast negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering. Het biologische bedrijfssysteem voldeed aan de EU-nitraatnorm voor het grondwater, maar is geen pasklare oplossing voor de gangbare landbouw. Wel kunnen de resultaten van het biologische systeem doorvertaald worden naar de gangbare landbouw. Voor de lange termijn is het nodig om de gangbare landbouw te extensiveren. Dit gaat wel ten koste van het bedrijfssaldo. Mogelijk kan een duurzaam bodembeheer, waarmee de grond in optimale staat wordt gebracht voor gewasproductie, de opbrengsten verbeteren en de emissies beperken door verhoogde stikstofefficiëntie. Een alternatieve oplossing voor vollegrondstuinbouw gewassen is de teelt uit de grond. Hierbij worden gewassen los van de ondergrond geteeld in substraat of op water.

Meer informatie:
Janjo de Haan, janjo.dehaan@wur.nl