Huisvestings- en arbeidsnormen biologische varkenshouderij 2008

De huisvestings- en arbeidsnormen zijn geactualiseerd vanwege sterk gestegen bouwkosten en toename van de gemiddelde bedrijfsomvang. De investeringsnorm per zeugenplaats (bij 96 zeugen) is 21% en per vleesvarkensplaats 38% gestegen ten opzichte van de norm van 2003. De normen worden gebruikt in de jaarlijkse kostprijsberekening voor biologische varkensbedrijven.

Standaardstal
Wageningen UR heeft voor de vaststelling van de standaardstal en de bijbehorende kosten vier biologische varkensbedrijven geanalyseerd die de laatste drie jaar stallen hebben gebouwd of uitgebreid. Voor de vaststelling van de arbeidsnorm zijn de bedrijfsomvang en arbeidsinzet geïnventariseerd bij leden van de Vereniging voor Biologische Varkenshouders (VBV). Om de komende jaren in te kunnen spelen op de groei van bedrijven is ervoor gekozen om de standaardstal te definiëren voor drie bedrijfsgroottes, namelijk 96, 140 en 250 zeugen inclusief het bijbehorende aantal vleesvarkens. Voor het standaard biologische varkensbedrijf is uitgegaan van een gesloten gezinsbedrijf.

Huisvestingsnorm

Tabel  Investeringsbedragen van de standaardstal bij drie verschillende
groottes (€ per dierplaats)

 

Standaardstal

96 zeugen

Standaardstal

140 zeugen

Standaardstal

250 zeugen

Investering per

 

 

 

Zeugenplaats

4.809

3.810

3.142

Vleesvarkenplaats

758

677

595

De investeringsnorm per zeugenplaats (bij 96 zeugen) is 21% en per vleesvarkensplaats 38% gestegen ten opzichte van de norm van 2003. Van grote invloed op de kostprijs van nieuwbouw is de prijs van grondstoffen/materialen op het moment van bouwen. Verder zijn de kosten gestegen door de volgende aanpassingen in het ontwerp van de standaardstal 2008 ten opzichte van de standaardstal 2003:

  • combinatie van natuurlijke en mechanische ventilatie in plaats van volledig natuurlijke ventilatie;
  • stalen roosters in plaats van betonroosters;
  • overgang van een drieweeks naar een éénweeks productiesysteem, waardoor een groter aantal vleesvarkensafdelingen nodig is met meer muren en ondiepere hokken (kleinere groepen).

Een voordeel voor de investeringsbehoefte is de toegenomen schaalgrootte bij zowel de vleesvarkens- als de zeugenstal. Het investeringsniveau bij biologische bedrijven is aanmerkelijk hoger dan bij gangbare bedrijven. Dit heeft gedeeltelijk te maken met een schaaleffect, maar vooral met ruimere oppervlaktenormen en benodigde buitenuitloop. Daarnaast speelt het productieniveau een rol in voornamelijk de zeugenstal.

Arbeidsnorm
De arbeidsnorm is bepaald op 22,5 uur per zeug per jaar en 1,7 uur per gemiddeld aanwezig vleesvarken per jaar en wijkt daarmee nauwelijks af van de norm van 2003. Voor kostprijsberekeningen van individuele bedrijven is de norm te differentiëren naar bedrijfsomvang.

Meer informatie:

Klik hier voor de samenvatting en de volledige tekst van de notitie ‘Normen voor huisvesting en arbeid voor de biologische varkenshouderij 2008’ van De Smet, Bosma en Hoste.