Biologische vleesvarkens zelf fokken of gezamenlijk?

Op een biologisch zeugenbedrijf moeten de zeugen voldoende gezonde biggen produceren. Daarom worden de oudere zeugen regelmatig vervangen door gelten; jonge zeugen die voor de eerste keer gaan werpen. Tot nog toe kopen de meeste biologische zeugenhouders fokgelten of fokbiggen uit de reguliere houderij om een deel van de zeugenstapel vervangen. De rest van de zeugen komt uit eigen fok. Hoewel de Europese regelgeving voor de biologische bedrijven de aankoop van reguliere fokgelten en fokbiggen al enige tijd officieel verbiedt, wordt dit momenteel nog gedoogd omdat er te weinig andere opties zijn.

Naast de EU-regelgeving zijn er nog andere redenen om een biologisch fokprogramma op te zetten. Zo is er sprake van grote variatie in de biggen, waardoor het lastiger is om de biggen en vleesvarkens goed te voeren en tegen een acceptabele prijs biologisch varkensvlees te produceren. De variatie is ook voor de slachterij lastig. Bovendien valt een deel van de vleesvarkens buiten de eisen voor de biologische vleesvarkens, hetgeen de opbrengst aanzienlijk kan verminderen. Ook zijn de specifieke omstandigheden in de biologische varkenshouderij van belang. Biologische varkens lopen relatief veel, de voersamenstelling is anders, het klimaat is door de uitloop naar buiten veel minder beheersbaar, enzovoorts. Een speciaal gefokt biologisch vleesvarken zou hier beter voor toegerust zijn.

Wageningen UR en het Institute for Pig Genetics (IPG) doen onderzoek naar de mogelijkheden voor een afzonderlijk fokprogramma voor biologische vleesvarkens. Lees er meer over in het artikel ‘Zelf aanfokken of gezamenlijk?’ in Ekoland van november 2008.

Meer informatie:

Klik hier voor het Ekoland artikel ‘Zelf aanfokken of gezamenlijk?