Ploegen of niet ploegen
In Nederland worden relatief veel rooivruchten geteeld en over het effect van deze methode op een bouwplan met rooivruchten is nog weinig bekend. Op de velden van proefboerderij de Broekemahoeve in Lelystad worden de resultaten onderzocht van de combinatie van het niet-ploegen en onbereden grond door gebruik te maken van een rijpadensysteem. Het ploegen als hoofdgrondbewerking wordt al op veel plekken in de wereld achterwege gelaten vanwege nadelige effecten op o.a. organische stof opbouw en bodemleven. Vanuit het buitenland is veel onderzoek bekend, maar over niet-ploegen bij de teelt van bijvoorbeeld peen, aardappel, kool en suikerbiet op kleigrond is nauwelijks kennis, zeker in combinatie met vaste rijpaden. In het project wordt het hele systeem belicht van keuze groenbemesters tot geschikte mechanisatie.

In het project, dat een looptijd heeft van in ieder geval 4 jaar, wordt gekeken naar de effecten van ploegen en niet-ploegen op onder andere de uitstoot van broeikasgassen, energieverbruik en de bodemstructuur. Om de invloed van berijden te beperken wordt gekozen voor de combinatie met vaste rijpaden. Pas in de laatste fase van het project is het effect van niet-ploegen te zien, want de kwaliteit van de bodem verandert niet van de ene op de andere dag. Door te kiezen voor vaste rijpaden wordt de invloed van berijding van het veld uitgesloten. Derk van Balen werkt als systeemonderzoeker mee aan deze proeven: “We zijn dit jaar begonnen met de aanleg van rassenproeven voor zomertarwe. Met een verbrede trekker met rtk-gps hebben we eerst rijpaden gemaakt en daarna konden we met de proefveldzaaimachine, weliswaar zonder gps maar zeer precies, de veldjes inzaaien. Na zomertarwe nemen we ook pootaardappelen, peen, suikerbieten  en zomergerst mee in deze proefopzet. In dit onderzoek dat voor meerdere jaren is gepland, volgen we het verloop van organische stof in de bodem en meten we de broeikasemissies. Daarnaast willen we weten wat het effect is op het bodemleven, dit doen we aan de hand van aanwezige regenwormen. Maar ook de effecten op infiltratie van regenwater en uitspoeling van mineralen willen we hierin meenemen”.

Bij het onderzoek zijn meerdere ondernemers en onderzoekers betrokken. Maar omdat we breed inzetten zijn we nog op zoek naar versterking vanuit zowel onderzoek als praktijk. Geïnteresseerden kunnen zich melden aldus Derk van Balen.

Meer informatie: