Sturen in het rantsoen

De kostprijs voor biologische geitenmelk bestond in 2007 voor 59% uit kosten voor ruw- en krachtvoer. Om dit aandeel terug te dringen én aan de eis van 100% biologisch voer te voldoen, hebben veel geitenhouders zich eerst geconcentreerd op de ruwvoerkwaliteit. Nu proberen ze ook de krachtvoercomponent beter in de vingers te krijgen. De opgedane kennis blijkt ook bruikbaar in de melkveehouderij.

Onderzoekers en professionele geitenhouders delen dezelfde ervaringen over de rantsoenering van melkgeiten. Het ideale rantsoen van een geit bestaat uit verschillende delen van de plant. Zowel bladeren, stengels, zaden als wortels horen in het dieet thuis. Het project Biogeit en de ervaringen van de geitenhouders leveren veel kennis op. De precieze rantsoensamenstelling is gebaseerd op berekeningen op basis van voederwaarden. Dierprestaties zijn echter minstens zo belangrijk. Hoe is de productie? Hoe ontwikkelt het vet- en eiwitgehalte zich in de melk? Hoe hoog is het ureumgehalte in de melk? Staan de geiten mooi in de haren? En, ‘last but not least’, wat vinden we van de mest?
Met 100% biologisch voer bleek het moeilijk om de juiste ingrediënten te vinden voor aangepast krachtvoer. Bovendien vormde de grote vraag naar en de moeilijke beschikbaarheid van bepaalde krachtvoedergrondstoffen dat men moest zoeken naar vervangende ingrediënten. Theoretisch hadden deze vervangers vaak voldoende VEM en DVE, maar in de praktijk werd het steeds moeilijker voor de dieren om er voldoende hoge productie mee te halen. Dit brengt veel geitenhouders ertoe om ook het mengvoeder in zijn componenten op te delen en deze apart aan te bieden aan de dieren, en zo te sturen op hun behoefte. Daarbij kan men de eigen ruwvoedercomponenten tot en met de aangekochte krachtvoedercomponenten meenemen.

Meer informatie:


Klik hier voor het BioKennisbericht Geiten # 3 'Sturen in het rantsoen'