Sjoerd van der Wouw is het hartgrondig oneens met deze stelling: ‘Een fatsoenlijk leven voor dieren moet het uitgangspunt zijn. Het systeem moet daaraan worden aangepast. Het tegendeel is helaas de praktijk.’
Iets genuanceerder is Aart van ’t Land, van Lely Industries. Het bedrijf heeft voor de ontwikkeling van een melkrobot uitvoerig de koeien geobserveerd, omdat ze de omstandigheden in de stal zo wilden hebben dat koeien met plezier naar de robot zouden gaan. Hierin zijn ze geslaagd, vindt Van ’t Land. Dat neemt niet weg dat niet alle koeien in een systeem met melkrobot passen. Die ruimt de boer dan op, bijvoorbeeld omdat de speenplaatsing niet past. Professor Aart de Kruif, hoogleraar Verloskunde, voortplanting en bedrijfsgeneeskunde bij Universiteit Gent, ziet een wisselwerking: dieren zijn in de loop van de jaren aan het systeem aangepast, maar ook het systeem aan het dier. De fokkerij heeft bijvoorbeeld een hoogproductieve koe gefokt, maar zo’n koe stelt op haar beurt hoge eisen aan een stal om die vele liters te kunnen geven.
Meer informatie:
|