Gemeenten hebben grote behoefte aan kennis dierenwelzijn
Gemeenten zien zich steeds meer geplaatst voor ingewikkelde vraagstukken rond dierenwelzijn. Gevoelige onderwerpen als megastallen springen het meest in het oog, maar de lokale praktijk heeft meer te stellen met gezelschaps- en wilde dieren. Wat te doen met circusdieren, zwerfdieren en zwermen spreeuwen of met de schuilgelegenheid voor de half miljoen paarden in Nederland? Voldoende ingrediënten voor een miniconferentie Gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid. In oktober kwamen vertegenwoordigers van zo’n twintig gemeenten bij elkaar bij Wageningen UR in Lelystad om kennis en ervaringen uit te wisselen. ‘Veel gemeenten zijn niet zo bekend met hun zorgplicht voor dieren’, zegt dierenarts Ruth van der Leij. ‘Een gewond, gedumpt of verdwaald dier moet worden aangegeven en bij de gemeente in bewaring worden geven. De gemeente is verplicht het dier twee weken onderdak te geven, te verzorgen en zonodig op te lappen. Voor de vijf miljoen honden en katten in Nederland is de opvang keurig geregeld. Alle acht miljoen andere huisdieren zijn voor opvang afhankelijk van particuliere instellingen of bijzondere voorzieningen.
Geld is vaak een probleem. Opvangcentra hebben lang niet altijd financiële overeenkomsten met gemeenten. En als die er wel zijn, dekken ze vaak de kosten niet. Over een reële vergoeding van dierenopvang en ambulante hulp zijn nog veel vragen. Wageningen UR ontwikkelt daarom een vergoedingsmodel. Ook komt er aan een besloten omgeving binnen het Dierenwelzijnsweb waar gemeenten kennis met elkaar kunnen delen. Kees Oomen, directeur Landbouw van LNV, roept gemeenten op met meer goede initiatieven te komen. Die kunnen rekenen op ministeriële steun, ook financieel.

Meer informatie