Functionele agrobiodiversiteit, wat werkt?

Functionele agrobiodiversiteit (FAB) wordt behalve in het lopende onderzoek en in demonstraties ook toegepast door biologische telers op hun bedrijf. Het is lastig om aan te tonen dat FAB-maatregelen onder veldomstandigheden ook werken. Soms is de werking van een enkele maatregel onvoldoende maar levert een combinatie van maatregelen wel resultaat op.

Wat heeft FAB aan kennis en ervaring opgeleverd en wat de biologische teler ermee in de praktijk?
Functionele agrobiodiversiteit is geen wondermiddel om problemen met ziekten en plagen op te lossen. Mogelijkheden zijn er wel bij de beheersing van enkele belangrijke plagen zoals wortelvlieg, luizen en trips. U als teler kunt de agrobiodiversiteit verhogen door:

  • Uitbreiden van natuurelementen op en rond het bedrijf. Maak zo nodig afspraken met de locale beheerder
  • Kiezen voor een vruchtopvolging die ongewenste plagen minder kansen geven
  • Bewuste keuze en inzet van groenbemesters waarbij juist regulering en geen stimulering van plagen plaatsvindt
  • Zorgen voor alternatief voedsel voor biologische bestrijders verspreid rond de akker en verspreid in tijd.

Door actief met deze maatregelen aan de slag te gaan kunnen zowel biologische als gangbare landbouwers veel profijt van FAB-maatregelen hebben en stabielere productiesystemen creƫren die minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen.

Meer informatie:

Klik hier voor meer details in het bioKennisbericht van juni 2009, #3 Biodiversiteit en landschap "Functionele agrobiodiversiteit, wat werkt?".