“We krijgen alle ziekten terug die mijn opa vroeger bij zijn kippen had”, verzuchten veel pluimveehouders bij alternatieve huisvestingssystemen met buitenuitloop. De mogelijkheden om hennen met uitloop gezond te houden, zijn nu gebundeld in het boek ‘Gezondheid van biologische leghennen’, een gezamenlijke uitgave van ASG van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut. In V-focus van april 2009 een voorproefje.
Medicijnen zijn niet altijd de beste oplossing voor een gezondheidsprobleem. Biologische pluimveehouders gebruiken liever ziektepreventie om hun dieren gezond houden. Zij kiezen daarom voor een lagere bezetting en bieden meer afleiding zoals strooisel en uitloop. Een belangrijk deel van de ziektepreventie gebeurt in de opfok: ook daar worden de dieren in lagere dichtheden gehouden en met meer afleiding. De basis voor gedrag (verenpikken) en gezondheid wordt al in de opfok gelegd.
Je zou denken dat hennen op biologische bedrijven gezonder zijn, de houderij is minder intensief. In de praktijk blijken ze echter niet meer of minder gezond dan reguliere hennen met uitloop. Het gezond houden van biologische leghennen vereist een gedegen vakkennis van de pluimveehouder. Niet alle ziekten zijn te voorkomen, maar het vroegtijdig herkennen en ingrijpen kan escalatie van de problemen voorkomen.
Het boekje ‘Gezondheid van biologische leghennen’ tracht hieraan een bijdrage te leveren door kennis uit diverse onderzoeken van zowel ASG als het Louis Bolk Instituut over de gezondheid van leghennen te bundelen. Daarnaast bespreekt het boek enkele veelvoorkomende aandoeningen.
Meer informatie en bestellen van het boekje "Gezondheid van biologische leghennen":
Klik hier voor de samenvatting en het artikel "Hennen met uitloop gezond houden" uit V-focus van april 2009.