Vanaf 2006 is de nieuwe mestwetgeving van kracht. Hierin zijn gebruiksnormen voor fosfaat opgenomen. De gebruiksnorm geldt niet alleen voor fosfaat uit dierlijke mest, maar ook voor kunstmestfosfaat. De norm voor bouwland voor 2006 was 95 kg fosfaat per ha, waarvan niet meer dan 85 kg met dierlijke mest. Na invoering van de mestregels wordt de gebruiksnorm stapsgewijs verlaagd tot 60 kg per ha in 2015 voor ‘fosfaatneutrale’ gronden. Biologische bedrijven hebben tevens te maken met de eisen voor gebruik van biologische meststoffen. Vooral bedrijven met een intensief bouwplan zullen de bemestingsstrategie moeten bijstellen. Fosfaatrijke meststoffen zoals kippenmest zullen dan wijken ten gunste van overige organische meststoffen.
Nieuwe regels over gebruik van biologische mest
Volgens het nieuwste interpretatie voor mestgebruik in biologische landbouw wordt het gebruik van biologische mest verplicht gesteld. Te beginnen met minimaal 50% N uit biologische mest en/of groencompost. Hier wordt uitgegaan van de totale hoeveelheid gebruikte mest inclusief hulpmeststoffen.
Klik hier voor Biokennisbericht bodemvruchbaarheid #1
Grenzen
De aanvoer van dierlijke mest werd tot dusver vooral begrenst door de gebruiksnorm van 170 kg N per ha per jaar. In de praktijk leidde deze norm al snel tot overtollige aanvoer van fosfaat. Op basis van de mestwetgeving wordt deze aanvoer ingeperkt. Op bedrijfsniveau wordt de zogenaamde fosfaatruimte berekend door het aantal hectare te vermenigvuldigen met de maximaal aan te voeren hoeveelheid fosfaat. Per jaar zal de fosfaatruimte gaan afnemen. Een rekensom laat zien hoeveel dierlijke mest nodig is op basis van gewasbehoefte.
Bij een intensief bouwplan kan de gemiddelde stikstofbehoefte oplopen tot 120 kg N. Bij invulling van deze behoefte met dierlijke mest of compost is er nodig:
|
Soort mest |
Aanvoer in ton |
Fosfaataanvoer in kg |
|
Runderdrijfmest |
29 |
43 |
|
Kippenmest strooisel |
6 |
144 |
|
Groencompost |
17 |
99 |
In werkelijkheid komt niet alle stikstof beschikbaar, maar het zal duidelijk zijn dat bemesting op basis van kippenmest ongunstig uitpakt. Bij fosfaatruimte van 80 kg kan maximaal 3,3 ton kippenmest worden gebruikt met een stikstofaanvoer van 63 kg N.
Nu is de praktijk complexer dan in het voorbeeld. Het totale bouwplan inclusief groenbemesters vormen de basis voor berekeningen. Afhankelijk van de voorgeschiedenis, voorraden, organische stofgehalte en snelheid van mineralisatie wordt het gewas voorzien van mineralen. Voor de ontwikkeling van het gewas is het belangrijk dat gedurende het groeiseizoen voldoende mineralen beschikbaar zijn. Om hierin inzicht te krijgen is het instrument NDICEA ontwikkeld. Bedrijven die knelpunten verwachten en de bemestingsstrategie willen aanpassen, kunnen dankbaar gebruik maken van NDICEA.
Klik hier voor flyer NDICEA of kijk op www.ndicea.nl
Meer informatie:
Wees zuinig met stikstof
Door slim gebruik te maken van groenbemesters en onderzaai kan stikstof worden gebonden en/of vastgehouden. Door onderinzaai van klaver of opname van grasklaver in het bouwplan kan gemiddeld tot 75 kg N per ha worden gebonden. Dit vervangt voor een deel de aanvoer van dierlijke mest. Veel stikstof blijkt vooral in de bladmassa te zitten en minder in de wortels waar de bacteriën de stikstof vangen uit de lucht. Door gewasresten van bijvoorbeeld luzerne direct toe te dienen aan het gewas is deze stikstof snel beschikbaar en gaat er minder verloren. In het project Minder en Anders Bemesten wordt met meerdere varianten geëxperimenteerd. Dit najaar liggen er proeven met spinazie op het bedrijf van Joost van Strien, de proefvelden zijn op 14 september te bezoeken.
Klik hier voor uitnodiging "Stikstofbenutting uit luzerne en grasklaver ".
Meer informatie: