Greenportkas is inspiratiebron voor glastuinbouw
De aanzet tot de Greenportkas kwam vanuit Raemakers’ drive als vakman. Hij zag grenzen aan de productie: ‘elk jaar heb je een aantal dagen te weinig licht, is het te warm of is er te weinig of juist te veel vocht.’ De tomatenteler concludeerde: je moet kunnen ontvochtigen, koelen en bevochtigen. Hij kwam uit op de semi-gesloten kas. Voor het nadeel van nog meer warmte in de kas zag hij een oplossing: opslag van warmte in het grondwater om het later als het weer nodig is op te pompen. De warmte die dan nog overblijft, wilde hij leveren aan de buren. Aldus knoopte Raemakers zijn eigen belangen aan die van anderen.
De technieken waren al bekend in de utiliteitsbouw, maar nieuw in de tuinbouw. Het kostte dan ook aardig wat overredingskracht om zijn buren te overtuigen. Voor de energievoorziening afhankelijk zijn van een tomatenteler was nog nooit vertoond. Maar met volharding slaagde hij erin een heel netwerk van organisaties en enthousiaste mensen achter zich te krijgen en slaagde hij in zijn opzet. Nu gaat veel aandacht uit naar overdracht van de nieuwe kennis naar de sector.

Klik hier voor het volledige artikel uit Syscope # 22.