Mest en urine: van afval naar waardevol product
Het gescheiden houden van mest en urine in de veehouderij belooft een reeks positieve effecten, waarmee de veehouderij én de akkerbouw een duurzaamheidssprong kunnen maken, schrijven onderzoekers in Syscope 26.

Drijfmest is al decennia een hoofdpijndossier voor de rijksoverheid en een last voor de veehouder. Hoewel het voedingsstoffen voor planten bevat, gebruikt de akkerbouwer liever kunstmest, gewonnen via een energievretend procedé, en fosfaatkunstmest, gedolven uit oprakende voorraden. Dat terwijl de akkerbouwer de drijfmest met geld toe krijgt!

De ideale oplossingsrichting ligt voor de hand: het gescheiden houden van mest en urine. Daarmee slaan we meerdere vliegen in één klap. Een gescheiden en snelle afvoer van urine leidt tot een forse vermindering van de ammoniakemissie. De gescheiden mest- en urinestromen zijn afzonderlijk beter benutbaar en bewerkbaar tot kunstmestvervangers. Vaste mest is bovendien veel geschikter voor vergisting dan drijfmest: covergisting is niet nodig en het te vergisten volume is kleiner.

Er zijn nieuwe technieken en kennis nodig, maar ook een wezenlijke omslag in regelgeving, economie en cultuur. Een echte systeeminnovatie dus. Het gescheiden houden van mest en urine, het snel afvoeren, opslaan en verwerken en het specifiek aanwenden daarvan, druist in tegen de dominante praktijk. Maar recente ontwikkelingen in de maatschappij en het beleid geven voldoende aanleiding het spoor van gescheiden meststromen te bewandelen. De sleutel tot succes is dat er momenteel op verschillende plekken aan de systeeminnovatie wordt gewerkt: bij veehouders, in de R&D van de industrie, bij Wageningen UR en bij de ministeries van VROM en LNV. Een aantal projecten is gestart.Wat echter nog meer moet gebeuren is de akkerbouwers erbij halen. Zíj zullen de kunstmest moeten laten staan en voor de mestproducten uit de veehouderij moeten kiezen.

Meer informatie: