Dé mening van de burger over dierenwelzijn bestaat niet
Het onderwerp dierenwelzijn staat garant voor verhitte discussies, grote (media)aandacht en vele kamervragen. Hoe kan je in het beleid en het onderzoek rekening houden met wat mensen echt willen?

Het ministerie van LNV houdt voldoende rekening met wat er speelt, vertellen Hans van Dongen en Henny van Rij, beide werkzaam op het terrein dierenwelzijn bij LNV. Zij bepalen de prioriteiten in onderzoek en beleid op basis van regelmatig overleg met gevestigde organisaties, zoals Dierenbescherming en LTO. En ook voor onverwachte geluiden uit de maatschappij is ruimte.

Hans Hopster, onderzoeker dierenwelzijn bij Wageningen UR, ziet inderdaad dat de onderzoeksagenda grotendeels bepaald is door de signalen die LNV oppikt. Maar hij vraagt zich af of het goed is de agenda vooral daardoor te laten bepalen. Het onderzoek en het beleid richten zich vooral op verbeteringen binnen de huidige veehouderijsystemen. ‘Die verbeteringen zijn absoluut nodig, maar gaan allemaal over het verminderen van wat wij ongerief noemen. De meer fundamentele vragen blijven liggen.’ Het gaat dan om vragen die te maken hebben met wat het dier ervaart en hoe erg het is dat het bepaalde natuurlijke gedragingen niet vertoont of niet kan vertonen én wat de burger daarvan vindt.

Hopster wil nog een stap verder gaan en burgers ook grondig informeren over hoe de veehouderij in elkaar steekt. Het uiteindelijke doel is dat mensen bewust kunnen kiezen voor een bepaald stuk vlees. Als iemand vindt dat dieren niet mogen lijden, koopt hij vervolgens in de winkel het daarbij passende product.

Meer informatie: