Bodemweerbaarheid als alternatief voor chemische bestrijding
Bodems die planten beschermen tegen bodemziekten en -plagen? Ze bestaan. De kunst is om dit verschijnsel in alle bodems op te roepen. Stap voor stap ontrafelen onderzoekers het mechanisme en ontwikkelen ze praktische toepassingen.

Meer bodemleven betekent in het algemeen minder bodemgebonden ziekten en plagen. Tuinders met grondgebonden teelten kunnen deze kennis binnenkort gaan toepassen tegen aaltjes en schimmels, voorspelt onderzoeker André van der Wurff. Hij stelt een set maatregelen op, waarmee glastuinders de weerbaarheid van de bodem tegen ziekten en plagen kunnen versterken. Binnen één à twee jaar wil hij de maatregelen presenteren. Te denken valt aan sturing op abiotische eigenschappen, (zoals zuurgraad, bodemstructuur en voedingsstoffen) en biotische factoren (bijvoorbeeld een gewasrotatie met groenbemesters, compost en toevoeging van bacteriën of stoffen die bacteriën stimuleren om enzymen te produceren die chitine, een bouwstof van diverse schimmels en aaltjes, afbreken).

Terwijl Van der Wurff zich richt op maatregelen voor de korte termijn, doet collega Joeke Postma met name fundamenteel onderzoek. Nog steeds zijn er vragen over hoe bodemweerbaarheid werkt. Postma ontdekte dat de bacterie Lysobacter op met name kleigronden voor een grote weerbaarheid kan zorgen. Gewassen hebben soms geen enkele last van Rhizoctonia, terwijl de schimmel toch echt aanwezig is. Nu dit bekend is, kan ze de bacterie als model gebruiken om het weerbaarheidsmechanisme beter te gaan begrijpen. Dit schept vervolgens mogelijkheden om ziektewering gericht te gaan verhogen. Postma en Van der Wurff willen hun kennis gaan vertalen naar de substraatteelt, want ook substraten vertonen weerbaarheid.

Meer informatie: