Teelt de grond uit zomerbloemen en vaste planten
In 2010 is een groot aantal zomerbloemen en vaste planten getoetst in een viertal experimentele teeltsystemen. Deze systemen zijn in overleg met de gewasgroep, bestaande uit telers en adviseurs, ontworpen.
Uit de proeven met een drijvend teeltsysteem bleek dat vrijwel alle gewassen in staat waren een goede ontwikkeling te zien gaven met de wortels in water. Bij sommige soorten bleek dat de wortelhals niet te nat mag worden. Dit betekent dat de pot waar de plant in staat niet te veel vocht mag aantrekken/vasthouden resp. niet te diep in de voedingsoplossing mag hangen.
De teelt in substraatbedden met zand verliep voorspoedig. De kwaliteit van de geoogste zomerbloemen was goed. De vaste planten hebben een prima wortelgestel ontwikkeld en er kon een zeer goede kwaliteit planten gerooid worden. Op de substraathoogte van 15 cm met grof zand groeien de planten beduidend beter dan op 35 cm fijn zand.
De teelt op dunne, afbreekbare matten in goten liet een wisselend resultaat zien. De teelt op hennepmatten met een fijne structuur, die veel vocht vasthielden verliep slecht: de planten groeiden in eerste instantie goed, maar bleven later sterk achter. De planten die werden geteeld op dunne kokosmatten met een grove structuur vertoonden over het algemeen een relatief goede groei, waarbij wel extra zorg nodig is om ze goed aan te laten slaan. Dit systeem kan na optimalisatie zeker perspectief bieden.
Bij de teelt op de minimale substraat hoeveelheden zorgden de omstandigheden in de goot ervoor dat de wortels in het substraat bleven en niet doorgroeiden in de goot. In dit geval bleek de gebruikte minimale hoeveelheid substraat onvoldoende voor een goede groei. Dit resultaat is van belang voor de verdere ontwikkeling van teeltsystemen uit de grond.
In dit onderzoek werkt WUR/PPO samen met Proeftuin Zwaagdijk.

Fotobijschrift: Ontwikkeling Hemerocallis op het drijvende systeem bij Proeftuin Zwaagdijk.

Meer informatie: