Hormoongehaltes in bloembollen
Het Laboratorium voor Plantenfysiologie van Wageningen Universiteit is erin geslaagd om in één bloembollenmonster de concentraties van alle daarin voorkomende plantenhormonen te meten. Die plantenhormonen spelen een rol in processen zoals bloemaanleg, beworteling, stengelstrekking, dochterbolvorming en rustbreking. De techniek maakt het mogelijk om de regulatie van de ontwikkeling van de bloembol te onderzoeken én om mogelijkheden voor teeltsturing en kwaliteitstoetsen te ontwikkelen. In een gezamenlijk project met PPO Bloembollen zijn de gehaltes van de hormonen auxine, cytokinine, abscissinezuur en gibberellinezuur (en hun afbraakproducten) gemeten in leliebollen en tulpenbollen.
Om een mogelijk verband tussen hormoongehaltes en bloemaanleg in lelie te bestuderen zijn de hormoongehaltes gemeten in verschillende partijen leliebollen, waarvan bekend is dat ze na opplanten in de kas met verschillende aantallen knoppen per tak in bloei komen. Tulpenbollen zijn onderworpen aan temperatuurbehandelingen waarvan bekend is dat ze leiden tot bloemen van een betere of slechtere kwaliteit. Zowel in lelie als in tulp konden de gehaltes van alle hormonen op een betrouwbare manier gemeten worden. Ook werden er verschillen in hormoongehaltes gevonden in bollen met een verschillende voorgeschiedenis. Deze resultaten vormen een solide basis voor het verder ontwikkelen van kennis omtrent de ontwikkeling van bolbloemen en technieken voor teeltsturing en kwaliteitstoetsen.

Dit project wordt gefinancierd door het Ministerie van EL&I en het Productschap Tuinbouw.

Fotobijschrift:Plantenhormonen spelen een rol in de bloemkwaliteit van lelie.

Meer informatie: